Venster Beheer magazijnlocaties: eigenschappen van magazijnlocaties actualiseren 
Met deze optie kunt u eigenschappen van magazijnlocaties in batches actualiseren.
In SAP Business One wordt een voorbeeld van de magazijnlocaties weergegeven voordat u deze actualiseert.
Ga als volgt te werk om deze optie te selecteren:
Ga naar het hoofdmenu van SAP Business One en selecteer .
Selecteer in het venster Beheer magazijnlocaties de optie Eigenschappen van magazijnlocaties actualiseren in het veld Beheertaak.
In deze sectie kunt u een reeks magazijnlocaties selecteren die u wilt actualiseren.
Geef de magazijnen op waarin de magazijnlocaties die u wilt actualiseren zich fysiek bevinden. U kunt een bereik van magazijnen selecteren uit de vervolgkeuzelijsten met magazijnen waar magazijnlocaties geactiveerd zijn. |
Geef de subniveaucodes op die de fysieke locatie van de magazijnlocatie voorstellen. U kunt een bereik van subniveaucodes uit de vervolgkeuzelijsten selecteren.
Alleen de subniveaus die u hebt geactiveerd zijn beschikbaar. SAP Business One activeert standaard subniveau 1. Ga naar het venster Velden magazijnlocatie activeren om andere magazijnsubniveaus te activeren. Einde van SAP Note |
In deze sectie kunt u de nieuwe eigenschappen opgeven voor de magazijnlocaties die u wilt actualiseren.
Opmerking
Links van elk veld staat een aankruisvakje.
Met dit aankruisvakje kunt u opgeven of u de veldgegevens voor de geselecteerde magazijnlocaties wilt actualiseren.
Markeer eerst de aankruisvakjes links van het veld als u de veldgegevens van de geselecteerde magazijnlocaties wilt actualiseren. Laat de aankruisvakjes links van het veld leeg als u deze gegevens niet wilt actualiseren.
Selecteer eerst het linker aankruisvakje als u de inactieve status van de geselecteerde magazijnlocaties wilt actualiseren. Selecteer het rechter aankruisvakje om de geselecteerde magazijnlocaties op inactieve status in te stellen. Laat het rechter aankruisvakje niet gemarkeerd om de geselecteerde magazijnlocaties op actieve status in te stellen. |
Als u de geselecteerde magazijnlocaties wilt actualiseren naar ontvangstmagazijnlocaties of niet-ontvangstmagazijnlocaties, selecteert u eerst het linker aankruisvakje. Selecteer het rechter aankruisvakje om de geselecteerde magazijnlocaties als ontvangstmagazijnlocaties in te stellen. Laat het rechter aankruisvakje niet gemarkeerd om aan te geven dat de geselecteerde magazijnlocaties geen ontvangstmagazijnlocaties zijn. |
Selecteer eerst het linker aankruisvakje als u de omschrijving van de geselecteerde magazijnlocaties wilt actualiseren. Om een nieuwe omschrijving voor de geselecteerde magazijnlocaties te bepalen, voert u de omschrijving in het veld rechts in. Laat het veld rechts leeg om de huidige omschrijvingen van de geselecteerde magazijnlocaties te verwijderen. |
Selecteer eerst het linker aankruisvakje als u de alternatieve sorteercode van de geselecteerde magazijnlocaties wilt actualiseren. Om een nieuwe alternatieve sorteercode voor de geselecteerde magazijnlocaties op te geven, voert u de alternatieve sorteercode in het veld rechts in. Laat het veld rechts leeg om de huidige alternatieve sorteercodes van de geselecteerde magazijnlocatiecodes te verwijderen.
SAP Business One zet alle letters van het alfabet die u hier invoert automatisch in hoofdletters. Einde van SAP Note |
Selecteer eerst het linker aankruisvakje als u de barcodes van de geselecteerde magazijnlocaties wilt actualiseren. Om een nieuwe barcode voor de geselecteerde magazijnlocaties op te geven, voert u de barcode in het veld rechts in. Laat het veld rechts leeg om de huidige barcodes van de geselecteerde magazijnlocaties te verwijderen. |
Selecteer eerst het linker aankruisvakje als u de minimumhoeveelheid artikelen voor de geselecteerde magazijnlocaties wilt actualiseren. Om een nieuwe minimumhoeveelheid voor de geselecteerde magazijnlocaties in te stellen, voert u de hoeveelheid in het veld rechts in. Laat het veld rechts leeg om de huidige minimuminstellingen van de geselecteerde magazijnlocaties te verwijderen. |
Selecteer eerst het linker aankruisvakje als u de maximumhoeveelheid artikelen voor de geselecteerde magazijnlocaties wilt actualiseren. Om een nieuwe maximumhoeveelheid voor de geselecteerde magazijnlocaties in te stellen, voert u de hoeveelheid in het veld rechts in. Laat het veld rechts leeg om de huidige maximuminstellingen van de geselecteerde magazijnlocaties te verwijderen. |
Selecteer eerst het linker aankruisvakje als u de artikelbeperkingstatus van de geselecteerde magazijnlocaties wilt actualiseren. Selecteer vervolgens een van de volgende opties in het veld rechts om de artikelbeperkingstatus van de geselecteerde magazijnlocaties aan te geven:
|
Selecteer eerst het linker aankruisvakje als u de batchbeperkingstatus van de geselecteerde magazijnlocaties wilt actualiseren. Selecteer vervolgens een van de volgende opties in het veld rechts om de batchbeperkingstatus van de geselecteerde magazijnlocaties aan te geven:
|
Markeer eerst het aankruisvakje links als u de transactiebeperkingstatus van de geselecteerde magazijnlocaties wilt actualiseren. Selecteer vervolgens een van de volgende opties in het veld rechts om de transactiebeperkingstatus van de geselecteerde magazijnlocaties aan te geven:
|
Selecteer eerst het linker aankruisvakje als u de reden voor de transactiebeperkingen van de geselecteerde magazijnlocaties wilt actualiseren. Om een reden voor de transactiebeperkingen van de geselecteerde magazijnlocaties op te geven, voert u de reden in het veld rechts in.
Als er sprake is van een transactiebeperking, wordt het aankrujisvakje links automatisch gemarkeerd en moet u de reden opgeven. Als in het veld Transactiebeperkingen Geen is geselecteerd, kunt u hier geen reden invoeren. Einde van SAP Note |
De velden zijn alleen beschikbaar als u de magazijnlocatieattributen heeft geactiveerd. Ga hiervoor naar het venster Velden magazijnlocatie activeren. Einde van SAP Note Selecteer eerst de aankruisvakjes links van de doelattribuutvelden als u de attributen van de geselecteerde magazijnlocaties wilt actualiseren. Geef de attribuutcode in het doelattribuutveld op om een nieuwe attribuutcode voor de geselecteerde magazijnlocaties in te stellen. Laat het doelattribuutveld leeg om de huidige attribuutinstellingen voor de geselecteerde magazijnlocaties te verwijderen. |