Stamgegevens magazijnlocatie 
Om het beheer van magazijnlocaties te vereenvoudigen kunt u in SAP Business One voor elke magazijnlocatie een stamgegevensrecord onderhouden. In de stamgegevens van een magazijnlocatie kunt u het volgende definiëren:
Magazijnlocatiecode
Elke magazijnlocatie moet worden aangeduid met een unieke code. Daarom moet u in SAP Business One magazijnlocatiecodes als volgt samenstellen uit de codes van het magazijn en de magazijnsubniveaus:
<magazijncode><scheidingsteken><code subniveau 1><scheidingsteken><code subniveau 2><scheidingsteken><code subniveau 3><scheidingsteken><code subniveau 4>
Voorbeeld
Magazijn A heeft de volgende subniveaus:
Magazijnsubniveau 1 – Vleugel
Subniveaucodes – VLEUGELOOST en VLEUGELWEST waarmee respectievelijk naar de oost- en de westvleugel in het magazijn wordt verwezen.
Magazijnsubniveau 2 – Sectie
Subniveaucodes – SECTIEA en SECTIEB waarmee sectie A en B in elke vleugel worden aangeduid.
Magazijnsubniveau 3 – Schap
Subniveaucodes – SCHAP01 en SCHAP02 waarmee schap 01 en 02 in elke sectie worden aangeduid.
Schap is de kleinste ruimte-eenheid in het magazijn en staat ook voor de fysieke plaats van de magazijnlocatie.
Om de acht magazijnlocaties (schappen) aan te duiden kunt u in SAP Business One de volgende magazijnlocatiecodes definiëren met behulp van de codes van het magazijn en de magazijnsubniveaus:
Opmerking
Het scheidingsteken - tussen de codes van het magazijn en de magazijnsubniveaus wordt gedefinieerd in Magazijn - instellingen: tabblad Magazijnlocaties. Standaard wordt een afbreekstreepje (”-”) als scheidingsteken gebruikt.
A-VLEUGELOOST-SECTIEA-SCHAP01
A-VLEUGELOOST-SECTIEA-SCHAP02
A-VLEUGELOOST-SECTIEB-SCHAP01
A-VLEUGELOOST-SECTIEB-SCHAP02
A-VLEUGELWEST-SECTIEA-SCHAP01
A-VLEUGELWEST-SECTIEA-SCHAP02
A-VLEUGELWEST-SECTIEB-SCHAP01
A-VLEUGELWEST-SECTIEB-SCHAP02
Opmerking
Bij het definiëren van magazijnlocatiecodes kunt u desgewenst een of meer subniveaus weglaten. In het bovenstaande voorbeeld zou u ook de volgende geldige magazijnlocatiecodes kunnen definiëren:
A-VLEUGELOOST-SCHAP01
A-SECTIEB-SCHAP02
A-VLEUGELWEST
A-SECTIEA
A-SCHAP01
Eigenschappen magazijnlocatie
Voor elke magazijnlocatie kunt u in SAP Business One een reeks eigenschappen definiëren waarmee u het volgende kunt doen:
De opslag van magazijnlocaties beperken tot bijvoorbeeld een batch, artikel of artikelgroep
Het gebruik van magazijnlocaties beperken tot bijvoorbeeld de ontvangst of de afgifte van goederen
De minimum- en maximumhoeveelheden van artikelen voor magazijnlocaties instellen, zodat u de voorraad op de magazijnlocaties tot het maximum kunt aanvullen wanneer het voorraadniveau tot onder het minimum daalt
Opmerking
De minimum- en maximumhoeveelheden hebben geen invloed op de ontvangst of afgifte van voorraad op de magazijnlocaties. Dit betekent dat SAP Business One de ontvangst of afgifte van artikelen niet blokkeert, zelfs niet als de voorraad op de magazijnlocaties hierdoor hoger wordt dan het maximum of lager wordt dan het minimum.
Een aantal attributen voor magazijnlocaties definiëren, bijvoorbeeld grootte, volume, temperatuur of kleur
Via beheer van magazijnlocaties kunt u magazijnlocaties in batches genereren, actualiseren en verwijderen.