Show TOC

VoorbeelddocumentatieVoorbeelden: Stuklijsten en toekomstige gegevens in materiaalbehoefteplanning Dit document in navigatiestructuur zoeken

 

Voorbeeld 1

Tijdens de inspectie van de behoeften aan bovenliggende artikelen in een toekomstige periode die buiten de planningshorizon valt, neemt MRP deze behoeften op bij de berekening van orderaanbevelingen voor de betreffende onderliggende artikelen. In het eindresultaat genereert MRP echter alleen orderaanbevelingen die binnen de planningshorizon vallen. Dit scenario wordt door het onderstaande voorbeeld geïllustreerd.

Een bovenliggend artikel, PBOM1, wordt gemaakt van drie onderliggende artikelen: C1, PBOM2 en C3. PBOM2 wordt gemaakt van een montagestuklijst, ABOM1, dat wordt gemonteerd uit onderliggend artikel C2 – per onderstaande bullet-structuur:

PBOM1 (productiestuklijst; doorlooptijd: 1 dag)

  • C1 (doorlooptijd: 1 dag)

  • PBOM2 (productiestuklijst; doorlooptijd: 2 dagen)

    • ABOM1 (montagestuklijst; doorlooptijd: niet relevant)

      • C2 (doorlooptijd: 2 dagen)

  • C3 (doorlooptijd: 3 dagen)

De planningshorizon voor deze MRP-run is van 22 oktober tot en met 26 oktober en er is een klantorderbehoefte voor PBOM1 voor 30 oktober. De volgende tabel toont de behoefteplanning na berekening van de doorlooptijd in MRP.

Opmerking Opmerking

In de onderstaande tabellen staat OR voor orderaanbeveling.

Einde van SAP Note

10.22

10.23

10.24

10.25

10.26

10.27

(Toekomst)

10.28

(Toekomst)

10.29

(Toekomst)

10.30

(Toekomst)

PBOM1

OR

Behoefte van klantorder

C1

OR

C3

OR

PBOM2

OR

ABOM1

C2

OR

MRP genereert alleen orderaanbevelingen die binnen de planningshorizon vallen. In dit geval genereert MRP daarom orderaanbevelingen voor C2 op 25 oktober en voor C3 op 26 oktober en negeert aanbevelingen voor andere artikelen in de stuklijststructuur.

Voorbeeld 2

Als MRP orderaanbevelingen niet op tijd kan creëren om te voldoen aan de behoeften vanwege de vereiste doorlooptijd, past MRP de orderaanbeveling aan de eerst mogelijke datum binnen de planningshorizon aan. Dit scenario wordt door het volgende voorbeeld geïllustreerd.

Een bovenliggend artikel, PBOM1, wordt gemaakt van drie onderliggende artikelen: C1, PBOM2 en C3. PBOM2 wordt gemaakt van een montagestuklijst, ABOM1, dat wordt gemonteerd uit onderliggend artikel C2 – per onderstaande bullet-structuur:

PBOM1 (productiestuklijst; doorlooptijd: 5 dagen)

  • C1 (doorlooptijd: 1 dag)

  • PBOM2 (productiestuklijst; doorlooptijd: 2 dagen)

    • ABOM1 (montagestuklijst; doorlooptijd: niet relevant,)

      • C2 (doorlooptijd: 2 dagen)

  • C3 (doorlooptijd: 3 dagen)

De planningshorizon voor deze MRP-run is van 22 oktober tot en met 26 oktober en er is een klantorderbehoefte voor PBOM1 voor 30 oktober. De volgende tabel toont de behoefteplanning na berekening van de doorlooptijd in MRP.

10.21

(Verleden)

10.22

Huidige systeemdatum

10.23

10.24

10.25

10.26

10.27

(Toekomst)

10.28

(Toekomst)

10.29

(Toekomst)

10.30

(Toekomst)

PBOM1

OR

Behoefte van klantorder

C1

OR

C3

OR

PBOM2

OR

ABOM1

C2

OR

U ziet dat de aanbeveling voor C2 op 21 oktober valt, een dag voor de huidige systeemdatum. MRP kan geen orderaanbevelingen genereren in het verleden. Daarom verschuift MRP de planning naar de eerst mogelijke datum in de toekomst, en dat is 22 oktober.

Nadat MRP de aanbeveling voor C2 heeft vertraagd, moet de hele planning één dag later worden gezet om te voldoen aan de doorlooptijd. In dit geval wordt PBOM1, het artikel in het bovenste niveau van deze stuklijststructuur, uiteindelijk aanbevolen op 26 oktober. Omdat er voor PBOM1 een doorlooptijd van 5 dagen staat, wordt dit artikel op 31 oktober geleverd, wat één dag te laat is voor de vervaldatum van de klantorder.