Show TOC

ObjectdocumentatieAlgemene instellingen: Tabblad Magazijnbeheer Dit document in navigatiestructuur zoeken

 

Op dit tabblad geeft u de instellingen in gerelateerd met artikelen, planning en verslaggeving.

  • Artikelen

    Gebruik dit subtabblad voor het definiëren van:

    • De beheermethode voor serienummers en batches

    • Het standaardmagazijn

    • De grootboekrekeningmethode voor magazijnbeheer

  • Planning

    Gebruik dit subtabblad om MRP-gerelateerde gegevens in te voeren. U kunt bepalen of klantorders de verkoopprognose verbruiken of worden toegevoegd aan de verkoopprognose. Deze instellingen worden direct, per bedrijf, voor alle gebruikers geactualiseerd.

  • Rapportage

    Gebruik dit subtabblad voor de gelokaliseerde versie voor Chili om op te geven welke versie van het simulatieverslag voor voorraadwaardering u wilt gebruiken.

Subtabblad Artikelen
Beheermethode

Selecteer de gewenste methode voor het toewijzen van serie- en batchnummers aan artikelen:

  • Bij elke transactie u moet serie- of batchnummers bij elke voorraadtransactie toewijzen.

  • Alleen bij vrijgave u moet serie- of batchnummers alleen bij vrijgave van voorraadtransacties toewijzen. Bij andere transacties is de toewijzing optioneel.

Bij wijziging wordt deze instelling direct, per bedrijf, voor alle gebruikers bijgewerkt.

Primair afgeven op

Opmerking Opmerking

Het veld is alleen beschikbaar als u magazijnlocaties voor ten minste één magazijn hebt ingeschakeld.

Einde van SAP Note

Geef op of u de serie- en batchartikelen voor afgifte wilt picken op magazijnlocatie of op serie- en batchnummer.

Zie Serie- of batchartikelen uit magazijnlocaties toewijzen voor meer informatie.

De optie die u hier selecteert, wordt de standaardwaarde van het veld Primair afgeven op in het venster Artikelstamgegevens.

Automatisch creëren van serienummer bij ontvangst

Dit vakje wordt alleen weergegeven wanneer Alleen bij vrijgave de geselecteerde beheermethode is.

Wanneer u dit aankruisvakje selecteert, doet SAP Business One het volgende:

  • creëert unieke opeenvolgende serienummers in het veld Systeemnummer zonder tussenkomst van de gebruiker.

  • laat het veld Serienummer leeg, zodat u serienummers kunt selecteren tijdens verkooptransacties en die vervolgens later in het venster Serienummerbeheer - update actualiseren.

Deze optie is handig voor de volgende gebruikers:

  • gebruikers die een groot aantal documenten met serienummerbeheerposities ontvangen en die geen serienummers willen opgeven wanneer ze documenten genereren.

  • gebruikers die alleen geïnteresseerd zijn in opeenvolgende nummering en niet in specifieke serienummers voor artikelen.

Eenduidige serienummers op

Het is mogelijk om een van de volgende veldwaarden als een uniek serienummer te gebruiken om een artikel te beheren:

  • Geen - Er is geen uniek nummer en u kunt alle velden, zoals bijvoorbeeld Partijnummer of Serienummer, actualiseren. U kunt serienummers, serienummers van de fabrikant of partijnummers gebruiken zonder dat deze uniek moeten zijn. U kunt hetzelfde serienummer meer dan één keer gebruiken voor hetzelfde artikel (serienummer is niet gedefinieerd als uniek veld).

    Opmerking Opmerking

    Unieke velden zijn blauw gekleurd.

    Einde van SAP Note
  • Serienummer fabrikant - Serienummer fabrikant is uniek en u kunt het niet actualiseren. U kunt alle andere niet-unieke velden actualiseren.

  • Serienummer - Serienummer is uniek en u kunt het niet actualiseren. U kunt alle andere niet-unieke velden actualiseren.

  • Partijnummer - Partijnummer is uniek en u kunt het niet actualiseren. U kunt alle andere niet-unieke velden actualiseren.

Bij wijziging wordt deze instelling direct, per bedrijf, voor alle gebruikers bijgewerkt..

Naast al deze opties beheert SAP Business One in het veld Systeemnummer een uniek intern nummer dat niet kan worden gewijzigd.

U kunt hetzelfde serienummer aan verschillende artikelen toekennen, omdat de validatie voor eenduidigheid is gebaseerd op de combinatie van de artikelcode en het serienummer en niet alleen op het serienummer. U kunt echter niet hetzelfde serienummer gebruiken voor hetzelfde artikel, indien het serienummer gedefinieerd is als uniek veld.

Als u een optie selecteert, is dit nummer uniek en kan het niet worden gewijzigd in het venster Details serienummer, maar wel in het venster Serienummerbeheer - actualiseren.

Een bedrijf kan meer dan één nummertype gebruiken voor hetzelfde artikel, maar slechts één ervan is uniek.

Opmerking Opmerking

Als u deze parameter definieert, controleert SAP Business Oen alle serienummers in het systeem om duplicaten van het toegewezen unieke nummer te vinden. Als er dubbele nummers in het systeem worden gevonden, kunt u deze parameter pas wijzigen nadat u deze nummers hebt verwijderd.

Einde van SAP Note

De optie die u selecteert, hangt af van de werkprocedures in het bedrijf.

Voorbeeld Voorbeeld

Als uw bedrijf een artikel produceert, kunt u er een uniek serienummer aan toekennen.

Als uw bedrijf artikelen inkoopt van een leverancier, kunt u deze optie gebruiken om deze artikelen te beheren en er uw eigen serienummers aan toe te kennen (om het artikel te kunnen identificeren voor uw eigen klant). Bovendien kunt u het serienummer van de fabrikant, toegekend door deze fabrikant, gebruiken om het artikel te kunnen identificeren voor uw leverancier.

Anderzijds kunt u het serienummer van de fabrikant ook definiëren als uniek, indien u hetzelfde serienummer gebruikt dat ook werd toegekend door de fabrikant. In dit geval definieert u het serienummer van de fabrikant als uniek veld.

Einde van voorbeeld
Klantequipmentkaart automatisch creëren

Hiermee kunt u automatisch klantequipmentkaarten creëren, wanneer u leveringen of uitgaande facturen toevoegt die serienummers bevatten.

Bij wijziging wordt deze instelling direct, per bedrijf, voor alle gebruikers bijgewerkt.

Basisinstelling batchstatus

U gebruikt de status hoofdzakelijk om in rapporten onderscheid te maken tussen geblokkeerde batches en batches die niet toegankelijk zijn. Kies een optie om de standaardstatus voor artikelbatches te definiëren:

  • Vrijgegeven u kunt transacties voor een batch uitvoeren.

  • Toegang niet mogelijk hiermee is het niet mogelijk om een batch vrij te geven in verkoopdocumenten of een ontvangen creditnota, omdat met deze optie wordt aangegeven dat batches tijdens een productieproces of een kwaliteitscontrole worden gedefinieerd. Het is echter wel mogelijk om een batch vrij te geven in voorraadtransportdocumenten.

  • Geblokkeerd hiermee is het mogelijk om de batch enkel in voorraaddocumenten vrij te geven, zoals bijvoorbeeld in voorraadtransport- of goederenafgiftedocumenten.

Bij wijziging wordt deze instelling direct, per bedrijf, voor alle gebruikers bijgewerkt.

Opmerking Opmerking

Het blijft in SAP Business One mogelijk om te werken met batches die de status Toegang niet mogelijk of Geblokkeerd hebben. Er wordt in dat geval ook geen waarschuwing weergegeven. De status dient daarom alleen ter informatie.

Einde van SAP Note
Standaardmagazijn

Selecteer een standaardmagazijn voor nieuwe artikelrecords.

Bij wijziging wordt deze instelling direct, per bedrijf, voor alle gebruikers bijgewerkt.

Grootboekrekeningen definiëren op

Kies een van de volgende opties om vast te leggen of u grootboekrekeningen wilt definiëren op:

  • Magazijn

  • Artikelgroep

  • Artikelniveau

Bij wijziging wordt deze instelling direct, per bedrijf, voor alle gebruikers bijgewerkt.

Automatisch alle magazijnen aan nieuwe artikelen toevoegen

Geef op of u alle magazijnen wilt toevoegen bij het creëren van een nieuw artikel of automatisch een nieuw magazijn wilt toevoegen aan bestaande artikelen.

Bij wijziging wordt deze instelling direct, per bedrijf, voor alle gebruikers geactualiseerd.

Auto. Add All UoM Group Definitions to New and Existing Items

Select this checkbox if you want to add all UoM (Unit of Measurement) group definitions each time you create a new item, or to automatically add a new UoM group definition to existing items.

This checkbox is selected by default.

Auto. Alle pakketdefinities aan nieuwe en bestaande artikelen toevoegen

Markeer dit aankruisvakje als u telkens wanneer u een nieuw artikel creëert alle pakketdefinities wilt toevoegen, of als u een nieuwe pakketdefinitie automatisch aan bestaande artikelen wilt toevoegen.

Dit aankruisvakje is standaard gemarkeerd.

Subtabblad Planning
Verbruiksprognose

Trekt de klantorder af van de Prognosehoeveelheid. Met dit aankruisvakje wordt de standaardwaarde voor de klantorderregels gedefinieerd. Tijdens de MRP-run wordt uitsluitend het verbruik in de orderregels gecontroleerd.

Bij wijziging wordt deze instelling direct, per bedrijf, voor alle gebruikers bijgewerkt.

Verbruiksmethode

Kies hier hoe het prognoseverbruik wordt uitgevoerd:

  • Achterwaarts-voorwaarts

  • Voorwaarts-achterwaarts

Bij wijziging wordt deze instelling direct, per bedrijf, voor alle gebruikers bijgewerkt.

Dagen terug

Geef op hoeveel dagen u wilt teruggaan bij het zoeken naar een te verbruiken prognose.

Bij wijziging wordt deze instelling direct, per bedrijf, voor alle gebruikers bijgewerkt.

Dagen vooruit

Geef op hoeveel dagen u wilt vooruitgaan bij het zoeken naar een te verbruiken prognose.

Bij wijziging wordt deze instelling direct, per bedrijf, voor alle gebruikers bijgewerkt.

Subtabblad Rapportage
Klassiek waarderingsrapport/Uitgebreid waarderingsrapport

Als uw bedrijf is gedefinieerd voor de Chileense lokalisatie, kunt u het simulatieverslag voorraadwaardering op twee manieren uitvoeren:

  • Klassiek waarderingsrapport, exclusief waardering artikelstam

    Dit is de standaardinstelling. Deze optie was beschikbaar in eerdere versies dan SAP Business One 8.81. Bij de simulatie wordt de berekeningsmethode die u in de selectiecriteria van het verslag opgeeft gebruikt om alle geselecteerde artikelen te waarderen.

  • Uitgebreid waarderingsrapport, inclusief alle waarderingsmethoden

    Met het uitgebreide waarderingsrapport kunt u ieder artikel waarderen op basis van de waarderingsmethode in de artikelstamgegevens. Met andere woorden, verschillende artikelen kunnen worden gewaardeerd met verschillende waarderingsmethoden. Dus als u voor dit verslag en voor het verslag voorraadcontrole dezelfde algemene selectiecriteria opgeeft, zijn de resultaten van beide verslagen ook dezelfde. Maar u kunt ook een van de berekeningsmethoden uit het klassieke rapport selecteren.

    U kunt ook op inflatie gebaseerde herwaarderingen uit het verslag filteren. IFRS stelt als een vereiste niet op inflatie gebaseerde herwaarderingen op te nemen in de voorraadwaardering. Maar u kunt ook, indien vereist door de lokale GAAP, rekening houden met op inflatie gebaseerde herwaarderingen.

U kunt deze bedrijfsspecifieke instelling op elk gewenst moment wijzigen.